De Romeinen waren rond 12 v. Chr. al bezig om voor de verdediging bij het splitsingspunt
van de Waal en Nederrijn meer water in de Nederrijn te laten stromen. Rond 1700
maakte de IJssellinie deel uit van de verdediging van de Republiek. In het zuiden
had onder andere de Zuider
Waterlinie dezelfde functie.
In 1701 stelde Menno van Coehoorn al een afdamming van de Nederrijn en de IJssel
voor om het IJsseldal goed te kunnen inunderen. In een andere uitvoering zijn
deze plannen pas na de Tweede Wereldoorlog in NATO verband uitgevoerd.
In het verleden waren echter al sperforten en andere werken aangelegd om een
vijandig leger de overtocht over de IJssel te bemoeilijken en "tot dekking van
rivierovergangen en opname van troepen". Tot de Tweede Wereldoorlog zijn daarvoor
nog voorzieningen aangebracht.
Van 1952 tot 1960 kon door middel van drie stuwen in de Waal bij Nijmegen, de
Nederrijn bij Arnhem en de IJssel bij Olst een groot inundatiegebied tot stand
komen. In een straal van 1 tot 1,5 km rond deze stuwen waren verdedigings- en
commandovoorzieningen getroffen.
Alhoewel wellicht niet geheel juist wordt op deze pagina's het gebied van Nijmegen
tot en met Kampen/Genemuiden beschreven. Dat is inclusief een groot deel van
de werken die ook onder de "Werken tot dekking van de rivierovergangen en opname
van troepen aan IJssel, Waal en Maas" vielen. De werken aan de Maas worden genoemd
als onderdeel van de Zuider Waterlinie.
Elke locatie wordt hier beknopt beschreven en van een recente foto voorzien.

Literatuuronderzoek, fotografie (tenzij anders aangegeven)
en technische realisatie: René Ros
Met bijdragen van Jan Vos en Ruud van der Werff
Bronnen:
- Drijvende stuwen voor de landsverdediging. Een geschiedenis van de IJssellinie.
red. J.R. Beekmans en C. Schilt
- Atlas van historische vestingwerken in Nederland, deel IIb: de provincie
Gelderland. Stichting Menno van Coehoorn
- Kazematten in het Interbellum. H.R. Visser en J.S. van Wieringen onder redactie
van T. de Kruijf