Artikel 50 van de Spoorwegwet:
"Indien het gebruik voor s Rijks dienst, als bedoeld in de eerste
alinea, nodig is in het belang van s lands verdediging, kan de bedoelde
vordering geschieden door de Minister van Defensie."
Al sinds de oudheid is voor een leger het transport van manschappen en materieel
essentieel. De spoorwegen hebben daar vanaf hun ontstaan een rol bij gespeeld.
De locaties van vele magazijncomplexen hangt nauw samen met de aanwezigheid
van een spooraansluiting. Ook tijdens de Koude Oorlog werden de Nederlandse
Spoorwegen voorbereidt op een rol bij de mobilisatie en oorlogsvoering binnen
Nederland en de NAVO. Draaiboeken werden gemaakt, reservemateriaal opgeslagen
en bunkers gebouwd.
Het reservemateriaal waren onder andere extra plattebakwagens, 3.000 meter
extra brugmateriaal en de opslag van 125% extra dieselolie op de zestien oliedepots
van de N.S.
De bunkers moesten de continuïteit van de communicatie en de treindienstleiding
waarborgen en boden plaats aan civiele en militaire medewerkers. In 1981 waren
er bunkers voor de N.S.-Directie, voor de vijf districten en voor zeven van
de 14 rayons gebouwd. Deze bunkers waren zelfvoorzienend voor o.a. elektriciteit
en brandstof. Er was extra sein- en telecommunicatieapparatuur aanwezig met
onder andere aansluitingen op het PTT, Overheidstelefoonnet, BB en
NS-Telefoonnet. Voor het NS-telefoonnet waren als reserve tevens twee mobiele
centrales beschikbaar.
Elke maand werd er met de communicatie-apparatuur geoefend en minder vaak vonden
ook grootschaligere oefeningen plaats.
Rijkswaterstaat is de belangrijkste organisatie die zowel in vredes- als oorlogstijd moest zorgen voor ondersteuning van de oorlogsvoorbereiding en oorlogsvoering. En wel het transport van munitie, brandstoffen, materieel en manschappen over het water en de weg binnen Nederland en naar Duitsland. Er waren (zijn?) maar liefst vijf wetten die de mogelijkheden hiervoor geven:
* = wet of besluit nog van kracht, zie Wetten voor de volledige tekst.
Rijkswaterstaat is organisatorisch verdeeld in regionale directies die grotendeels
overeenkomen met provincies. Voor deze regionale directies waren geen bunkers
voorzien maar zij zouden een plaats vinden bij de Provinciale Commandoposten
van de Bescherming Bevolking of de provinciale Civiele
Verdediging.
Om het transport van olie per binnenschip te verzekeren werden bij 25 belangrijke
sluizen en stuwen - vooral in Maas, Twentekanaal en de Rijn-Scheldeverbinding
- beschermde onderkomens gebouwd. Hierdoor konden de sluiswachters - theoretisch
- bij de sluis blijven om deze te bedienen. Waarschijnlijk vond het hele gezin
bescherming in de bunker maar de bediening kon er niet plaatsvinden.
De belangrijkste taak met betrekking tot het wegtransport was het instandhouden
van wegen en bruggen, voornamelijk de routes van de havens en vliegvelden naar
de Noordduitse Laagvlakte. Een andere taak was het voorbereiden van het vernielen
van bruggen bij een snelle opmars van de vijand. De uitvoering zelf lag bij
het Bureau Voorbereiding Vernietiging Kunstwerken, van Dienst der Genie van
het Ministerie van Defensie, welke van 1966 tot de opheffing in 1994 gevestigd
was in het Fort op de Ruigenhoekse
Dijk (explosievenwerkplaats) en het reduit van het Fort
Blauwkapel (kantoor). Bij de oprichting in 1930 als Bureau Brugvernieling
tot 1940 en van 1946 tot 1966 was het gevestigd in de Kromhoutkazerne / Fort
Vossegat.
Rijkswaterstaat zou wat betreft de havens alleen tot taak hebben om de noodwetten
van kracht te laten worden. Daarna zou het NAVO-koopvaardij-orgaan, de Defense
Shipping Authority, de coördinatie op zich nemen en werkzaamheden door
militairen uitgevoerd worden. Omdat de havens, via welke Amerikaanse troepen
aangevoerd zouden worden, kwetsbaar waren voor vijandige aanvallen werden noodankerplaatsen
aangelegd (waar?) en het benodigde noodhavenmateriaal opgelegd. De coördinatie
zou in Nederland plaatsvinden door de Bewindvoerder
der Nederlandse Koopvaardij vanuit een bunker bij Noordwijk.
Doordat Nederland voor 40% onder de waterspiegel ligt, lag hier ook een kwetsbaarheid
die wellicht onmogelijk te voorkomen en te herstellen was. Weliswaar werden
er 350.000 jute zandzakken en andere spullen opgeslagen. Ook andere noodvoorraden
werden aangelegd zoals: 48 sets Baileybrug-materiaal, 3 km ringplaten voor
wegherstel, 30.000 ton basaltstortsteen, pompen en stroomaggregaten, brandstof,
noodrantsoenen en radio's.
Elke locatie wordt hier beknopt beschreven en van een recente foto voorzien.
Literatuuronderzoek, fotografie (tenzij anders aangegeven)
en technische realisatie: René Ros
Bijdragen over locaties en huidige status: Erik de Reijer, Stichting Functioneel
Bunkerbeheer
Bronnen o.a.:
- De wilde wegwijzer: militarisme en justitie in kaart. Onkruit, Amsterdam
- Oorlog in beton : beton uit Nederland : oorlog in beton : beton in oorlog
: nederland van beton : bunkers in oorlog : oorlog aan de bunker. Onkruit,
Amsterdam.