Al in de zestiende eeuw werden er kustforten en batterijen langs
de Westerschelde aangelegd om het scheepvaart en de handelssteden te beschermen
tegen een vijandige aanval. De havens van Vlissingen en Antwerpen waren daar
belangrijk genoeg voor en Middelburg ook totdat de verschillende wateren verzandden.
Van 1585 tot 1794 werd er geen zeescheepvaart op de Westerschelde toegestaan
door de Noordelijke Nederlanden die met verschillende forten het de Spanjaarden
onmogelijk maakten schepen te laten passeren. Onder andere vanaf de forten Lillo
en Liefkenshoek die in het huidige België liggen.
In de Franse tijd (1794 - 1814) was er veel aandacht voor de kustverdediging
vanwege de Engelse vijand die o.a. met het continentale meetstelsel economische
geïsoleerd werd.
In 1830 scheidde de Zuidelijke Nederlanden zich af tot het huidige België
en legden de Noordelijke Nederlanden kustforten aan om de scheepvaart naar Antwerpen
te kunnen beheersen en de marinebasis Vlissingen te beschermen.
Elke locatie wordt hier beknopt beschreven en van een recente
foto voorzien.
Fort Bath staat niet op de satellietfoto afgebeeld. Het ligt meer naar het oosten
op de noordoever.

Literatuuronderzoek, fotografie (tenzij anders aangegeven) en technische realisatie: René Ros