De dag van de acht forten

Tekst: Selma Schepel. Foto's: René Ros.

Op 16 februari 2001 vertrokken we om negen uur uit Weesp (René Ros, Simon Raap, Selma Schepel). Veel te vroeg voor onze afspraak op de Kromhoutkazerne, dus reden we eerst even langs Fort de Gagel. Via een brug met origineel hekwerk bereik je een vierkant bomvrij wachthuis uit 1851 met een idem grote kazerne uit 1880 erachter, plus een remise rechts. Eén ruimte recht vooraan in de kazerne was verlicht, en na brutaal kloppen op het raam deed een aardige vrouw open, een kunstenares in overal die er haar atelier heeft. Alle gebouwen worden gebruikt als werkplaats, oefenruimte voor bands, ontmoetingsruimte voor verenigingen etc. We wandelden rond over de wal, een vrij wandelpark, waarop een aantal groepsschuilplaatsen waarvan de camouflagehaken rood-wit-blauw geschilderd zijn. Aan de Gageldijk is een mooi gerestaureerd inundatiesluisje te zien.

Fort bij de Gagel

Daarna reden we langs Fort op de Ruigenhoekschedijk (zonder het aan te doen) en ook even dwars door Blauwkapel, in feite een kleine vesting. Aan de in- en uitgang staan nog een aantal van de ijzeren wegversperringen uit de Tweede Wereldoorlog, de zogenaamde 'asperges'.

Vossegat

Om half elf voegden we ons bij Eddy de Haes, aan de ingang van de Kromhoutkazerne. Hij had zijn paspoort in moeten leveren in ruil voor een bezoekersbadge, en wij mochten achter hem aan. De heer Van Amerongen, met wie de afspraak voor bezichtiging van Fort Vossegat gemaakt was, had niet zoveel animo om de deur open te doen, zogenaamd omdat het personeel dat daar aan het werk was niet gestoord wilde worden. Na wat gepraat kwam er toch een sleutel, en een ondergeschikte om ons rond te leiden. Alleen het vierkante reduit uit 1850 is nog over. Van buiten is het sterk verwaarloosd, op de verweerde baksteen heeft zo te zien nog een deklaag gezeten die eraf gebrokkeld is, maar de toegangsdeur is van eikenhout, weliswaar verveloos maar met het originele hang- en sluitwerk, en een klein bukdeurtje erin, met daarachter zowaar nog de oude dubbele deur. Van binnen is het metselwerk nog in bijna perfecte staat. Het ziet eruit alsof er nooit iets aan verbouwd is, alleen het verval heeft zijn werk gedaan: deuren hangen uit hun voegen, sponningen zijn verroest, maar het zijn wel de originele deuren en sponningen. Het is er muf, maar het lekt niet. Wel groeien er uit de voegen witte slierten als engelenhaar, en de enige bewoners blijken pissebedden te zijn, dus is het er behoorlijk vochtig.

Exterieur Fort VossegatInterieur Fort VossegatDeur Fort Vossegat

De indeling is als volgt: vanaf de hoofdingang loopt een langgerekt gewelf tot de achterkant, waar een haak de plaats van een kanon verraadt. Direct achter de poort markeert een rechthoek in de vloer, door hardsteen omlijst, de plek van de vroegere kelderingang, ooit belegd met bielzen waaronder een houten trap naar een zeven meter diepe kelder leidde die onder het hele wachthuis doorloopt. Circa tien jaar geleden werd dat plankier te wankel en gevaarlijk bevonden, de kelder werd volgestort met zand waarop tegels werden gelegd. Rechts bevinden zich drie ruimtes, onderling door deuren verbonden. Elk raampje of schietgat is dichtgemetseld, maar er bevinden zich nog tal van originele ornamenten, zij het verroest of verrot. Links van de ingang loopt een stenen trap naar het dak, waarvan de deur gebarricadeerd is. Daarnaast liggen drie dubbele ruimtes achter elkaar, waarvan de eerste het privaat omvat, drie dozen op een rij - twee voor de manschappen, één voor de officieren - met een klein blauwstenen wasbakje ervoor en resten van een pomp. Daarachter bevindt zich de keuken, het fornuis enigszins ingestort. Een klein deel van het fort wordt als opslag gebruikt van roestbestendige artikelen, wat verkeersborden, plastic bakken. Dus met de werkzaamheden waarbij personeel niet gestoord zou mogen worden viel het wel mee.

Twaalf gaten

Na dit bezoek wandelden we over wat vermoedelijk de gedempte fortgracht is, nu de stormbaan, naar 'de brug met de twaalf gaten', het enige andere zichtbare restant van dit eens zo grote fort. Aan de kant van het snelstromende inundatiewater hebben de hardstenen pijlers de vorm van een vissenkop, terwijl er aan de andere kant twaalf ronde openingen zijn. De brug voerde naar een ravelijn waarop nu een modern gebouw staat 'Het Ravelijn' geheten, het restantje gracht is een vijver geworden waarin een fonteintje sproeit.

Brug met de Twaalf Gaten

Toen we daar rond scharrelden kwam de heer Van Amerongen ons met een busje zoeken, we bevonden ons tenslotte op militair terrein, en waren wat afgedwaald, tussen de werkplaatsen, de geneeskundige dienst, de sporthal en -velden. Op verzoek van Eddy, die een nostalgische reden had voor dit bezoek, reed hij ons langs de gebouwen waar hij ooit zijn dienstplicht vervulde. Een deel staat leeg of wordt voor opslag gebruikt, een ander (groot) deel van het kazerneterrein en de gebouwen is nu van de Utrechtse universiteit. En passant zagen we nog een betonnen remise die tot het fort behoord moet hebben, aan de deuren te zien nog geen eeuw oud. Verder was het niet oninteressant om een sight seeing tour over het kazerneterrein te krijgen, dat vol staat met legervoertuigen van de SFOR die hier hersteld worden van zo te zien soms zeer zware schade.

Vechten

Op weg naar onze afspraak bij het Hemeltje, reden we bij Bunnik Fort bij Vechten in. Het ligt naast de A12 maar in tegenstelling tot diverse andere forten in die buurt landschappelijk nog heel fraai. De wal is bezaaid met groepsschuilplaatsen, er liggen er ook een paar in het weiland, plus een kapotte gietkoepelkazemat. Een ruïnetje waar boompjes in groeien. In de frontwal moeten drie intacte Type G gietkoepelkazematten liggen, maar die hebben we niet gezien.

Er liggen ook nog stapels autobanden langs het hek aan de Marsdijk die naar het fort leidt, die wellicht herinneren aan de voorlaatste functie van Fort bij Vechten, toen het nog van Defensie was: 's Lands Bandenopslag.

Reduit Fort bij VechtenWachthuis Fort bij VechtenBrug Fort bij Vechten

Het hek stond open en we reden een rondje binnen de wallen. Op Rijnauwen na is Fort bij Vechten met z'n zeventien hectare het grootste van de Waterlinie, ooit waren er 685 man gelegerd. Nu is het eigendom van Staatsbosbeheer, en verpacht aan Nieuwland Opleidingen uit Wageningen, landschapsarchitecten, en stichting Werk aan de Linie die het fort opknappen met schoolverlaters en herintreders, en passende bestemmingen zoeken voor de gebouwen. Zo is er een smid gevestigd, een bedrijf dat outdoor trainingen verzorgt en op de wallen een soort stormbaan heeft ingericht, er is een opleiding voor dakdekkers en voor hoveniers, en een toenemende verhuur van batterij H voor feesten en partijen. De huur die de feestgangers betalen wordt direct in de restauratie van het fort gestopt. Wij reden langs de immense, deels opgeknapte kazerne waarin geregeld grote publieksevenementen plaatsvinden, en liepen voor zover mogelijk rond het kolossale maar verwaarloosde reduit uit 1869, dat leeg staat. De ophaalbrug is op de kettingen na nog geheel in tact, en aan het hekwerk van de brug hangen hier en daar nog originele gietijzeren guirlandes. Ooit waren drie toegangen met bruggen: een naar het reduit, en twee aan weerszijden naar de wachtruimten. Alleen de rechter ingang is nog in gebruik, via een dam tegenwoordig.

Het Hemeltje

Het was maar een klein eindje naar Fort bij het Hemeltje, waar beheerder J. van Lamoen ons rondleidde. Tot 1993 waren de gebouwen bij Defensie in gebruik als munitieopslag. Nadat het fort in handen kwam van de Utrechtse Fortenstichting bleef de bestemming gelijk: er zit nu een vuurwerk-evenementenbedrijf in. Bij de combinatie van vuurwerk en 't Hemeltje dachten wij meteen aan Enschede en Volendam. Terwijl dit toch zo'n vredig forteiland is, met onschuldig grazende schapen, en doordat er zo weinig mensen komen een heel hoge vogelstand. De ransuil is er vaste broeder, de specht komt er voor en er zijn erg veel zangvogels.

De vuurwerkfabriek heeft vergunning voor 1500 kg opslag per magazijn, in totaal 7500 kg, terwijl er ten tijde van de koude oorlog 13.000 kg per magazijn lag. Dus het is er een stuk veiliger geworden. Eén keer is er een ontploffing bij Het Hemeltje geweest, vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen een schroothandelaar afgekeurde troep van de Binnenlandse Strijdkrachten ophaalde, waarbij een schoolkind werd gedood.

Van Lamoen is zijn hele leven munitiemaker geweest, en kon de aanwezigen dan ook haarfijn elke informatie geven die ze maar wilden over bommen en granaten. "Lustvuurwerk" noemt hij wat dat vuurwerkbedrijf produceert. Hij woont al dertig jaar in de fortwachterswoning, die met z'n tachtig centimeter dikke muren een unicum is. Ooit had het huis een afneembaar dak, en kon verzwaard worden met boomstammen en aarde om zo als versterking te dienen. Twee van de vier dichtgemetselde schietgaten heeft Van Lamoen weer opengemaakt.

Hij leidde ons rond, te beginnen bij de grote bomvrije kazerne met een gevelsteen "1878-80". Vanwege de vuurwerkopslag is deze maar beperkt toegankelijk, maar we konden de keuken bewonderen met het enorme fornuis dat nog behoorlijk gaaf is, op wat roestige brokken na. Met vier gemetselde ovens op een rij om vier enorme ingebouwde pannen van 250 liter elk te kunnen verwarmen (voor 255 man). De deksels zijn er zelfs nog. En in de voorraadkamer zijn de bevestigingshaken - die je zo vaak ziet - nog aanwezig, maar daarbij ook de plankensteunen, en de planken zelf, wat je zeer zelden ziet. Boven de kleine gootsteen hangt een bordje uit 1933 dat het goed drinkwater is, uit de nu verdwenen pomp. Lamoen weet wel waar die pomp is gebleven: bij een voormalige medewerker.

Gebouw A Fort bij 't HemeltjeKazerne Fort bij 't HemeltjeKeuken Fort bij 't Hemeltje

Vervolgens gingen we naar de rechter poterne. De kruitkamers, meteen links in de gang zien er nog patent uit, hier en daar zit er nog een originele houten deur in met koperbeslag, en zelfs alle twee centimeter dikke ramen naar de lichtgang zijn aanwezig, waarachter de lampenist kaarsen plaatste als veilige lichtvoorziening. Dieper naar beneden (de gang is zeventig meter diep) bekeken we rechts een paar ruimtes voor geschut, één met een origineel raam, en eentje met een venster dat later vergroot is vanwege het zwaarder wordende geschut. We kropen door het geopende luik naar buiten om de wallen en het fort van de achterkant te bekijken. Boven het raam hangt een gigantische nestkast met een vliegopening ter grootte van een soepkom. "Van de bosuil", zei Van Lamoen, maar hij had hem al een paar jaar niet meer gezien. Even daarna klonk er gestommel vanuit de kast en een bosuil stak zijn dikke ronde kop naar buiten, keek ons aan en vloog met brede slagen weg. Leuk om zo'n bijzondere vogel te zien, maar jammer dat we hem gestoord hebben. Hopelijk hebben we hem niet blijvend van broedsel verjaagd. Weer binnen liepen we verder naar beneden naar de flankbatterij, waar de poort naar buiten is dichtgemetseld door Defensie, tegen inbraak. Indertijd hebben ze de kostbare oude eiken deuren gewoon maar weggegooid. In Fort bij vechten worden zulke deuren nu juist weer met veel kosten en moeite opnieuw gemaakt.

Gebouw C Fort bij 't HemeltjeEmplacement Fort bij 't Hemeltje

Weer boven gekomen liepen we langs waar ooit de houten artillerieloods stond en nu een gasbetonnen gebouw staat in gebruik bij de vuurwerkfabrikant, en hebben een stukje op de wallen geklauterd - waarop nog glooiingen te zien zijn van emplacementen - en een paar remises bekeken die door het gebruik van brikkenbeton behoorlijk gammel zijn. Tenslotte werden we vriendelijk weggeblaft door de twee enorme honden van deze aardige beheerder.

Overeind

Voor de aardigheid gingen we op onderzoek uit naar de Batterijen aan de Overeindse Weg. Op het terrein van Rijkswaterstaat aan nr. 25 moet nog een deel liggen, wat van de weg af enigszins te zien is, maar het hek was dicht en er was niemand, maar wel een bordje verboden toegang dat we braaf niet genegeerd hebben. Er lig nog een damsluis naast de weg, en onder de brug net zulke hardstenen pijlers als onder die van de 'twaalf gaten'. We liepen over een dam en andere glooiingen naar het Amsterdam-Rijnkanaal, waarvan we wisten dat ze restanten van de batterij zijn, al ziet het er toch wel erg als een aangelegd parkje uit, met picknickplekjes. Aan de overkant van het kanaal ligt de plofsluis.

Batterijen aan de Overeindse WegPlofsluisFort bij Jutphaas

Intussen hadden we het echt koud gekregen, want het was de hele dag mistig rotweer, en gingen snert eten in het theehuis bij Rijnauwen, waar we parkeerden naast een door klimop overwoekerde groepsschuilplaats. Het fort zijn we maar niet meer gaan bezoeken, maar René is nog wel even uitgestapt op de weg tussen kasteel Rijnauwen en de Koningsweg waar de wei werkelijk bezaaid ligt met groepsschuilplaatsen, en nog zo'n gietkoepelkazemat zonder koepel, waar ook weer een boom uitgroeit.

Als toetje zijn we nog even naar Fort Jutphaas gereden. Je verdwaalt daar in een nieuwbouwwijkje van bedrijven voor je het smalle pad rond het fort vindt. In de wijnhandel die erin gevestigd is, kocht ik een paar flessen met een etiket met het fort erop. Toen gingen we maar naar huis: acht verdedigingswerken op een dag was wel genoeg.

Zie het overzicht van de Nieuwe Hollandse Waterlinie Rond Utrecht voor meer informatie.