Erfprins: het grootste fort van Nederland!?

Tekst en foto's: René Ros
Bronnen: Genoemde lezingen en het boek "300 jaar bouwen voor de landsverdediging" (Den Haag 1988).

Op 25 november 2000 vond de Vestingdag van Stichting Militair Erfgoed plaats op het Fort Erfprins. Dit fort is met zijn 49 hectare beduidend groter dan het Fort bij Rijnauwen, dat velen van ons tot voor kort met zijn 32 hectare als het grootste fort in Nederland beschouwden.

Dhr. Kooiman
Kapitein-Luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman geeft een presentatie over het Fort Erfprins.

Vanuit het hele land waren de fortofielen naar het verre Den Helder getogen om Fort Erfprins te bezoeken. Na de ontvangst door de huidige commandant, Kapitein-luitenant ter Zee R.N.M. Oudendijk, waren er twee lezingen. Rob van Beckhoven van de Stichting Stelling van Den Helder gaf aan de hand van kaarten de geschiedenis van de gehele stelling aan. René Roede gaf aansluitend een presentatie over de Duitse werken in de Festung Den Helder. Na een goed verzorgde lunch gaf de, voormalige commandant, Kapitein-luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman een flitsende multimedia presentatie over het fort. Daarbij kwam zowel de geschiedenis, iets wat hem persoonlijk zeer interesseert, alsook het gebruik door de Koninklijke Marine aan bod. Deze presentatie had hij eerder ook aan alle medewerkers van de marinekazerne gegeven.

Stelling van Den Helder

De Rede van Texel was van oudsher belangrijk voor de handelsvaart vanuit Amsterdam en andere steden aan de Zuiderzee. Door bij Huisduinen en (Den) Helder vijandige schepen de doorvaart te beletten bood de Zuiderzee een veilige vluchthaven.
Maar in 1799 bleek dat kustbatterijen niet voldoende waren. De Engelsen en Russen landden bij Callantsoog en vielen de kustbatterijen bij Den Helder in de rug aan. Uiteindelijk wisten de Fransen en Bataven ze te verslaan maar prompt werden er plannen gemaakt voor de verdediging van de landzijde. In de periode 1811-1813 bouwden de Fransen dan ook de forten Lasalle, Morland, l'Ecluse en Dugommier. Toen in 1813 Napoleon bij Waterloo werd verslagen waren de forten l'Ecluse en Dufalga, ten zuiden van fort Morland, nog in aanbouw. Fort Dufalga werd echter in 1814 door de Fransen opgeblazen tijdens de bevrijding van Den Helder.
In 1814 werden alle Franse namen vervangen door Hollandse: Fort Lasalle werd Fort Erfprins, Fort Morland werd Fort Kijkduin, Fort l'Ecluse werd Fort Dirks Admiraal en Fort Dugommier werd uiteindelijk Fort Westoever. Ook de onderdelen van de forten, zoals de bastions, kregen andere namen.
Later legde men de liniewal met gedekte gemeenschapsweg tussen de forten aan om veilig tussen de forten te kunnen bewegen.
Rond 1920 werd ten zuiden van Fort Kijkduin begonnen met de bouw van een nieuw Fort Kijkduin. Door allerlei problemen met de levering van de bewapening is het nooit verder gekomen dan de muren. Zou er nog een restant onder het zand liggen???

Fort Lasalle / Fort Erfprins

Hospitaal
Het bomvrije hospitaal en een remise.

Fort Lasalle werd aangelegd als een onregelmatige, langgerekte, vijfhoek met vijf bastions en drie ravelijnen. De twee grote ravelijnen lagen aan de west- en oostzijde van het fort. Vanaf 1814 werden deze respectievelijk Huisduin en Helder genoemd. De derde, de kleinere zee-ravelijn, lag in de gracht tussen de zeedijk en het fort.
In 1835 zijn er twee poorten gebouwd, de Huisduiner Poort en Helderse Poort. De doorgaande weg tussen de dorpen Helder en Huisduinen liep over de twee grote ravelijnen en, door de twee poorten, over het fort. In 1861 werd een bomvrij hospitaal gebouwd. Dit hospitaal was toen aan beide zijden toegankelijk en alleen het dak had een aarden dekking. Later werd de westzijde afgesloten en van een aarden dekking voorzien.
Rond 1878 is er behoorlijk wat gewijzigd en vooral aan de zeezijde van het fort. De gracht tussen de twee bastions aldaar werd grotendeels gedempt waardoor ook de zee-ravelijn verdween. Op deze plaats werd een bomvrije kazerne gebouwd van maar liefst 283 meter! De kazerne heeft zeven hoofdingangen. Achter elke hoofdingang zijn bovendien een buskruitmagazijn, een trap en een hijslokaal naar boven op het fort aanwezig. Op het zeefront boven de kazerne waren namelijk zeven geschutemplacementen voor zeven stuks geschut van 24 cm aanwezig.
In de loop der tijd zijn er ook remises, een infanterie kazerne, meetposten en dergelijke op het fort gebouwd. De Duitse bezetter bouwde tenminste vier, en mogelijk zelfs vijf, betonnen schuttersputjes (model Tobruk) op de saillanten van de bastions.

De afgelopen vijftig jaar

Na de Tweede Wereldoorlog raakte het fort in onbruik bij de Landmacht. In 1948 kocht de Koninklijke Marine het fort voor 800.000 gulden. In eerste instantie werd er de artillerieschool gevestigd die de emplacementen aan het zeefront gebruikte voor oefeningen. In de loop der tijd zijn er meerdere opleidings- en testfaciliteiten op het terreplein gebouwd. Enkelen gingen ten koste van de oorspronkelijke gebouwen. Zo werd de infanterie kazerne gesloopt, verdwenen de verblijven voor gehuwden en de opzichterswoning. Tijdens de rondleiding konden we de vele restanten bekijken. Er zijn toch nog veel objecten van het oorspronkelijke fort aanwezig waarvan enkele zelfs gerestaureerd zijn. De meeste oude gebouwen staan echter leeg en de meeste remises zijn dichtgemetseld.

Dit is ook gebeurd met de twee scherfvrije schuilplaatsen ( de zogenaamde "paardenstallen") uit 1902 die dichtgemetseld zijn. Op het Bastion Maurits staan diverse vervallen remises met daartussen een moderne stormbaan en klimtoren. Bijkans achteloos liepen wij over de inmiddels doodlopende poterne naar de liniewal tussen Fort Erfprins met het Fort Dirks Admiraal. Vervolgens konden we een kijkje nemen bij het bomvrije hospitaal waar de dichtgemetselde deuren aan de westzijde nog goed te herkennen zijn. Het gebouw is al eens opgeknapt en is nu in gebruik bij de Elektrische Hobby Club en voor de opslag van o.a. rubberboten.
Aan de oostzijde kwamen we bij de Helderse Poort die tot 1995 als hoofdingang fungeerde. Al het verkeer, inclusief vrachtwagens, moest vroeger door de lage poort en daar zijn de sporen van te zien. Maar ook de brug was eigenlijk een zwakke schakel. Er is nu een bredere ingang in de noordwest hoek van het fort, waarvoor enkele kleine zaken moesten verdwijnen. De opgeknapte poort is nu alleen voor voetgangers en fietsers.

Vervolgens kwamen we langs de gloednieuwe kantine. Het aardige is dat de architect zich door de vestingbouw heeft laten inspireren: de vorm is een regelmatige vijfhoek en heeft grofweg dezelfde vorm als het fort. Het staat op een aarden verhoging met halverwege elke zijde een bastion-achtig aardwerkje. Zo krijgt het woord 'reduit' een geheel andere betekenis: om op terug te trekken in geval van honger!

Tobruk Helderse Poort Oude poterne
Het "bezichtigen" van een Duitse Tobruk. De Helderse Poort. De oude poterne naar het zee-ravelijn met een modern gebouw.

Zoals gezegd werd de zeezijde in 1878 flink gewijzigd. Een gevolg hiervan was dat de poterne naar het Bastion Dumoulin overbodig werd. Deze werd aan de bastion-zijde afgesloten en de kruitkamers aan het begin van de poterne bleven tot voor kort in gebruik voor de opslag van kruit. De bliksemafleiders staan er nog op. Ook dit gebouw is geheel opgeknapt, de originele houten deuren staan in houders tegen de muur, en is ingericht als ontvangst- en vergaderruimte.

Met aan de linkerhand de vijvers, de restanten van de hoofdgracht tussen de verdwenen bastions, kwamen we bij een lange aarden wal. Toen we daar om de hoek keken zagen we de langste bomvrije kazerne van Nederland. Door het wat sombere weer konden we met moeite de andere kant, 283 meter verderop, zien. Enkele jaren geleden waren de 33 lokalen nog in gebruik als leslokalen, nu staan ze leeg. Van het interieur zijn weinig zaken over, behalve de waterpomp tableaus, de privaten en de inrichting van de zeven hijslokalen. Via een trap bij één van de hijslokalen zijn we bovenop het dak geklommen. Daar is een grote verzameling van betonnen geschutbeddingen en installaties voor het oefenen en testen van geschut.
Ongeveer halverwege de kazerne is een doodlopende sleutelgang die, tot de dijkverzwaring in de jaren 1980, naar een caponnièrre aan de fortgracht leidde. Nu is de noordelijke gracht gedempt en loopt er een weg. Omwille van de lengte van deze tekst moet de beschrijving van de kazerne hier nu toch echt stoppen...

Langs de andere kant van de vijvers gingen we weer in de richting van de mess. Maar eerst even de fietsenstalling van binnen bekijken. Tja, dat is de hedendaagse bestemming van de inmiddels doodlopende poterne naar het verdwenen zee-ravelijn. Als afsluiting namen we een kijkje bij de oude Huisduiner Poort. In 1885 is die aan de grachtzijde dichtgemetseld en met grond bedekt. Recent is de muur aan de binnenzijde geheel vervangen en ziet het poortgebouw er weer als nieuw uit. Er liggen nu spullen opgeslagen.
Overzicht

Levend fort

Overzicht
De moderne kazerne met de kantine (midden) en de Helderse Poort (rechts).

De Stichting Militair Erfgoed is zich terdege bewust van het belang van hergebruik voor het behoud van oude verdedigingswerken. Alhoewel er het één en ander op het Fort Erfprins onder het geweld van de slopershamer is verdwenen constateren wij met vreugde dat de Koninklijke Marine vele objecten behouden en zelfs gerestaureerd heeft. Dat commandant Kooiman zich betrokken voelt bij de geschiedenis van het fort zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Hopelijk treedt zijn opvolger in ieder geval in die voetsporen van zijn voorganger.
We hebben in ieder geval beloofd om nooit meer te zeggen dat Fort bij Rijnauwen het grootste fort van Nederlands is, wel dat Rijnauwen het grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is. Met eigen ogen en benen hebben we gemerkt wat de afmetingen van het Fort Erfprins zijn.

Met dank aan:
commandant Marinekazerne Erfprins, de Kapitein-luitenant ter Zee R.N.M. Oudendijk,
Kapitein-luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman en Luitenant ter Zee van Administratie W. Grit

Zie het overzicht van de Stelling van Den Helder voor meer informatie.