De Stelling Honswijk

Tekst: Anne Visser (overleden 2004)
Foto's: Anne Visser en René Ros

Fort bij Honswijk
Fort Honswijk, het imposante torengebouw uit 1846.

Fort Honswijk is een plaats waar ik bijzonder graag kom. Toen ik enkele jaren geleden voor de eerste keer een bezoek bracht aan Fort Honswijk maakte de toren en zijn sfeer op mij een diepe indruk. En ook nu nog. Iedere keer als ik de toren zie, ben ik opnieuw onder de indruk. Wanneer ik het gebouw betreed, bekruipt mij nog steeds een niet goed te omschrijven gevoel van onwezenlijkheid. Net alsof je in een wereld komt, waar de mens eigenlijk niet thuis hoort. De vleermuis, die iedere winter op dezelfde plaats in de toiletruimte van de toren zijn winterslaap houdt, versterkt dat gevoel bij mij. En ik ben niet de enige, want ik merk bij rondleidingen dat ook veel bezoekers gefascineerd worden door de toren.

Inleiding

Dit artikel gaat echter niet alleen over Fort Honswijk, maar over de Stelling Honswijk, waar het fort deel van uitmaakte. Aanvankelijk bestond de Stelling Honswijk uit Fort Honswijk en de Lunet aan de Snel, maar na 1874 is de stelling uitgebreid met het Werk aan de Korte Uitweg en de Gedekte Gemeenschapsweg tussen Fort Honswijk en het Werk aan de Korte Uitweg.

In het begin van de vorige eeuw werd de verdediging van het Lekacces uitgebreid met de Batterij aan de Noorder Lekdijk. Maar dan heeft de naam Stelling Honswijk al plaats gemaakt voor die van de Groep Vreeswijk. Tijdens de mobilisatie 1914 - 1918 werd de verdediging van Lekacces verder verbeterd door de aanleg van het Werk aan de Groeneweg, beoosten Fort Honswijk. Na 1922 veranderde men de naam weer en duidde men de verdedigingswerken in dit gebied aan als de Groep Lek.

Het bijzondere van de Stelling Honswijk is dat het landschap nauwelijks is veranderd in de afgelopen 150 jaar. Dit betekent dat niet alleen de verdedigingswerken en de nog overgebleven inundatievoorzieningen, maar ook het landschap voor bescherming in aanmerking zouden moeten komen. Gelukkig groeit binnen de huidige monumentenzorg het besef, dat de waarde van een monument mede wordt bepaald door de landschappelijke context. En als er één gebied is waar dat opgaat, is dat wel bij de voormalige Stelling Honswijk.

De ontwikkeling van het landschap in dit gebied is bepaald door de Lek en door ontginningen. Langs de Lek zijn in de loop der eeuwen oeverwallen gevormd. Ten noorden daarvan liggen veen- en rivierkleiafzettingen. Met de ontginningen van dit gebied schijnt men in de 10e eeuw te zijn begonnen, eerst bij de oeverwal en later, in de 12e eeuw, verder naar het noorden. Om de gronden in cultuur te kunnen brengen moesten ze worden ontwaterd middels sloten en weteringen. Eén daarvan is de Schalkwijksche Wetering gegraven in de 12e eeuw. De Waalsche Wetering is nog ouder. Deze ontwatering heeft grote invloed gehad op de vorming van het landschap en op die van de polders Schalkwijk en Blokhoven. In de 19e eeuw gingen dit gebied deel uitmaken van één van de inundatiekommen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Historische context

In 1839 aanvaardde koning Willem I de scheiding van het Verenigd Koninkrijk tussen België en Nederland. Hierdoor werd het grondgebied van het toenmalige koninkrijk sterk verkleind en ontstond er tussen ons land en zijn "erfvijand" Frankrijk een buffer, België. In verband hiermee gaf koning Willem I zijn zoon, de latere koning Willem II, de opdracht om een nieuw stelsel voor de landsverdediging te ontwerpen. Samen met kapitein Johannis G. W. Merkes werd een plan ontwikkeld waarin de verdediging werd geconcentreerd op het economisch hart van ons land. Essentieel in dit scenario was een sterke Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Het gebied achter de NHW zou als een grote wapenplaats moeten dienen. Maar het was niet de bedoeling van Koning Willem II om bij het uitbreken van een oorlog het leger achter deze linie terug te trekken en dan de rest van het land prijs te geven. Hij wilde in geval van een aanval op Nederland veldslagen leveren in Noord-Brabant beneden de grote rivieren of zelfs in België.

Naast de Nieuwe Hollandse Waterlinie waren de grote rivieren, de vestingen tussen Bergen op Zoom en Grave, de IJssellinie en de Grebbelinie belangrijke onderdelen van het nieuwe stelsel voor de verdediging van ons land. Omdat de grote rivieren een bijkans onoverkomelijke hindernis vormden, verwachtte men dat de vijand, Frankrijk, zich al vechtend vanuit het zuiden naar het oosten zou bewegen om dan vanuit het oosten de aanval te richten op het centrum van ons land.

Om het Franse leger te kunnen tegen houden diende ons veldleger in Noord-Brabant te beschikken over sterke vestingen met geretrancheerde kampen van waaruit men zou kunnen uitvallen om slag te leveren. Mocht de vijand toch kans zien door te dringen tot in de Betuwe of op de Veluwe dan moest het westen van ons land kunnen worden afgegrendeld door de inundaties en de verdedigingswerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Zie hier de aanleiding voor de uitbouw in de periode 1840 - 1850 van de NHW waar de Stelling Honswijk deel van uit maakte.

De aanleg van de Stelling Honswijk

Tot 1842 was de noordelijke Lekoever tot bij Vreeswijk onverdedigd. Om de inundaties ten zuiden van de Lek, waar deze begrensd werden door de Diefdijk, beter af te stemmen met de linie ten noorden van de Lek besloot men in 1842 in de Noorder Lekdijk een verdedigingswerk aan te leggen, Fort Honswijk. Aanvankelijk was er alleen sprake van een gesloten aarden werk maar in 1844 besloot men in het fort een bomvrije toren te bouwen, de grootste in de NHW.

Fort bij Honswijk
Fort Honswijk en de latere contrescarpgallerij.

Het fort ontleent zijn naam aan het nabijgelegen plaatsje Honswijk. Overigens stelde het plaatsje ten tijde van de aanleg van het fort al weinig meer voor. De kerk was een ruïne en er stond nog een enkele boerderij.

De functie van Fort Honswijk was om de vijand de doortocht over de Noorder Lekdijk te verhinderen en om in samenwerking met Fort Everdingen de Lek af te grendelen. Een andere bestemming was de bescherming van de grote inundatiesluis in de noordelijke dijk langs de Lek. Deze sluis gebouwd in dezelfde periode als het fort, diende voor de inlaat van water uit de Lek en maakte het mogelijk het gebied tussen Vreeswijk en Schalkwijk sneller te inunderen dan via de sluizen bij Vreeswijk.

Een bijzondere gebeurtenis bij de aanleg van Fort Honswijk was het bezoek van Koning Willem II op 23 september 1843. Tijdens dit bezoek liet de koning zich niet alleen op de hoogte stellen van de voortgang van de aanleg van het fort, maar nam hij ook een kijkje bij de sluis in aanbouw. Bij deze gelegenheid gaf hij toestemming het fort naar hem te vernoemen. In de praktijk werd die naam nauwelijks gebruikt. Zelfs in de officiële stukken kom je de naam Fort Koning Willem II slechts sporadisch tegen. Een tastbare herinnering aan dit bezoek is de sluitsteen boven de poort van de bomvrije toren. Ook op de buitenfrontmuur van de sluis bevond zich een steen met daarop de naam van Koning Willem II.

Aangezien men vanuit Fort Honswijk de binnentaluds van de Noorder Lekdijk onvoldoende onder vuur kon nemen, legde men in de jaren 1845 - 1846, ongeveer 400 meter ten noorden van het fort, een tweede aarden verdedigingswerk aan, de Lunet bij Honswijk, later aangeduid als de Lunet aan de Snel.

Gelijktijdig met de aanleg van de lunet verbreedde en verdiepte men de Snel, een voormalig veenstroompje dat van de Waalsche Wetering naar de Lekdijk liep, tot inundatiekanaal. In het totaal was deze wetering 700 meter lang en varieerde de breedte van 5 tot 12 meter. Tussen het inundatiekanaal en de gracht van Fort Honswijk lag een grote doorlaatsluis met vijf openingen, afgesloten met schotbalken. Van deze sluis is tegenwoordig alleen nog maar het gedeelte aan de kant van de fortgracht te zien.

Herijking van het vijanddenken

Tot 1870 werd Frankrijk gezien als onze "erfvijand". Hierop was onze defensie dan ook afgestemd. Men ging uit van een zich betrekkelijk traag ontwikkelende oorlog en wilde een oprukkend Frans leger zover mogelijk van het centrum van het land bezig houden, in Noord-Brabant of eventueel zelfs in België. Zo kon men tijd winnen voor het stellen van inundaties in de NHW. Dit scenario waarin ons leger zich pas na enige weken of maanden langzaam terugtrekt op de binnenlinies, is tot het midden van de jaren zestig van de negentiende eeuw, leidend geweest. Daarom was de relatief lange tijd die voor het inunderen van de NHW nodig was, ook geen probleem. Dacht men in 1850 hiervoor 10 dagen nodig te hebben, rond 1860 kwam men uit op 26 dagen.

Na de Deens-Duitse oorlog (1864) werd deze tijd als te lang ervaren. Men begon langzamerhand te beseffen dat niet meer Frankrijk, maar Duitsland een bedreiging vormde voor onze veiligheid. De Duits-Franse oorlog in 1870 en de afloop daarvan markeerde het omslagpunt in ons vijanddenken. Nederland bleef tijdens deze oorlog neutraal, maar mobiliseerde uit voorzorg het leger. Ondanks de verbeteringen van het militaire systeem en de bouw van forten bij Utrecht, zoals Fort Ruigenhoek, Fort Voordorp, Fort Rijnauwen en Fort Vechten, bleek tijdens de mobilisatie in 1870 nog het één en ander te haperen aan onze verdediging. Bovendien was men verrast door de snelheid waarmee de oorlog werd beslist én door het feit dat Pruisen met een leger van dienstplichtigen kans zag om het ervaren beroepsleger van Frankrijk te verslaan.

Men besloot de verdediging te concentreren op het economisch hart van ons land. Dit werd vastgelegd in de Vestingwet van 1874. Hierin werd bepaald dat de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Grebbelinie en enige sperforten in de buitenlinies ons nieuwe vestingstelsel zouden vormen. Deze wet "deed vestingen vallen en riep forten in het leven". Ook leidde hij ertoe dat het leger zich niet meer behoefde te verdelen over talloze vestingen en stellingen, maar dat zij meer als eenheid kon optreden.

Behalve de bouw van nieuwe verdedigingswerken en de verbetering van bestaande objecten werd na 1874 ook de watertoevoer in de NHW ingrijpend verbeterd, zodat het mogelijk was de inundaties in zes dagen te stellen.

De verbetering van de Stelling Honswijk tussen 1871 en 1886

De Stelling Honswijk is tussen 1871 en 1886 verbeterd en uitgebreid. Men moderniseerde de bestaande werken, Fort Honswijk en de Lunet aan de Snel, en men legde een nieuw verdedigingswerk aan op ongeveer 1000 meter ten noorden van Fort Honswijk: het Werk aan de Korte Uitweg.

Verder werd er tussen 1871 - 1874 een nieuw inundatiekanaal, het Kanaal Honswijk-Schalkwijksche Wetering gegraven. Dit kanaal stond door middel van een doorlaatsluis in verbinding met de fortgracht en maakte het mogelijk het gebied tussen Vreeswijk en Schalkwijk en bij de Vaartsche Rijn beduidend sneller te inunderen dan voorheen het geval was. Na de aanleg hiervan verloor het inundatiekanaal "de Snel" haar functie. Met een deel van de de grond, die vrijkwam bij het graven van het nieuwe inundatiekanaal, legde men een wal aan met daarachter een weg, de "Gedekte Gemeenschapsweg bij Honswijk".

Aan het einde van de negentiende eeuw bestond de bewapening van de Stelling Honswijk in het totaal uit 34 kanonnen van diverse kalibers, 14 Coehoornmortieren en 10 mitrailleurs, type M 90. De bezetting werd gevormd door 10 officieren, 31 onderofficieren en 518 korporaals en manschappen, infanterie, vestingartillerie en landweer vestingartillerie, aangevuld met enkele genisten en hospitaalsoldaten.

De verbetering van de Lunet aan de Snel

Snel
Het bomvrije gebouw van Lunet aan de Snel.

De lunet werd in 1873 - 1874 grondig onder handen genomen. Men breidde dit werk uit en verzwaarde de wallen. Dat deze werkzaamheden niet altijd van een leien dakje gingen blijkt uit de problemen die men had met verzakkingen van de opgebrachte grond.

Verder bouwde men in genoemde periode een bomvrij gebouw in de lunet. Van de buitenkant ziet dit gebouw er niet spectaculair uit. Toch heeft het iets bijzonders. Binnen bevindt zich een munitielift die in verbinding staat met de bovengelegen remise. Op deze manier kon men de munitie vanuit de magazijnen in de bomvrije kazerne naar boven hijsen en vanuit de remise verdelen over het geschut.

Een aardig detail vormt de plaats van de privaten in het gebouw. Deze waren in het midden van het gebouw gepland. Bij de bouw van Fort Voordorp en Fort Ruigenhoek hadden de ontwerpers evenwel geconstateerd dat "de plaatsing van de privaten in het midden van het gebouw met het oog op de zuiverheid van de lucht zeer nadelig zou zijn." Dit was de reden om de privaten in het meest links gelegen vertrek van het gebouw te situeren.

Het Werk aan de Korte Uitweg

Korte Uitweg
Werk aan de Korte Uitweg.

Dit werk werd in 1873 - 1874 aangelegd als een open aarden batterij, die "met de grond voortkomende uit de ontgraving van het kanaal van Honswijk naar de Schalkwijksche Wetering langs dit kanaal werd opgeworpen.". In de jaren 1877 - 1879 veranderde men de batterij in een gesloten werk met een keelwal en werd er een bomvrij kazerne, een remise en een fortwachterswoning gebouwd.

Uit de gegevens in het register kan men opmaken dat er bij het aanleggen van dit werk nog al wat problemen waren met verzakkingen. Om dit probleem definitief uit de wereld te helpen heeft men in 1878 - 1879 de gracht uitgebaggerd en vervolgens opgevuld met zand.

In het totaal heeft de uitbreiding van dit fort ruim drie ton gekost. In dit bedrag is ondermeer een bedrag van ƒ 46.000,- aan zand opgenomen!

De bestemming van het Werk aan de Korte Uitweg was om vuur uit te brengen op de binnenberm van de Noorder Lekdijk die men vanuit Fort Honswijk niet kon overzien, en om het Werk aan de Waalsche Wetering te flankeren. Uiteraard moest de bezetting ook de vijand "de overtocht over het inundatiekanaal betwisten".

De Gedekte Gemeenschapweg bij Honswijk

Het zand dat vrijkwam bij het graven van het inundatiekanaal van Fort Honswijk naar de Schalkwijksche Wetering is gebruikt om in 1872 - 1873 een wal aan te leggen tussen het fort en de toenmalige Batterij aan de Korte Uitweg. De hoogte van de wal lag deels op 5.5 m + AP en deels op ongeveer 8.5 + AP meter. Achter deze wal lag een weg die diende als een gedekte gemeenschapsweg. De wal liep achter de Lunet aan de Snel langs. Hier was een doorgang. Vanaf deze coupure tot aan de gracht van Fort Honswijk ging de wal geleidelijk over in een glacisvormige dekking.

Met name bij de aanleg van het hoge gedeelte van de wal waren er voortdurend problemen met verzakkingen als gevolg van de veenachtige ondergrond. Deze problemen waren zelfs zo ernstig, dat de aannemer in maart 1874 werd ontheven van de contractuele verplichting het hoge deel onder het vereiste profiel op te leveren. Tot 1879 is men overigens regelmatig bezig geweest met het de verbetering van de wal.

In de wal zijn op vier plaatsen emplacementen gemaakt voor in totaal 12 kanonnen. Dit geschut diende om de Lunet aan de Snel te flankeren en om het droogblijvende terrein ten noorden van de Lekdijk te kunnen bestrijken. De emplacementen zijn tegenwoordig nauwelijks meer als zodanig te herkennen. Alleen in het hoge deel van de borstwering zijn de contouren van enkele emplacementen nog vaag te onderscheiden.

In de jaren 1902 - 1904 werden hier vier betonnen schuilplaatsen gebouwd. Drie van de vier schuilplaatsen zijn nog intact; de vierde is een ruïne. Overigens kan men bij de ruïne duidelijk zien dat voor de bovendekking van de schuilplaatsen gebruik werd gemaakt van spoorstaven.

Een paar jaar later, in 1907, was men weer aan het werk met het maken van 18 munitienissen van cementbeton. En tijdens de mobilisatie 1914 - 1918 zijn er op enkele plaatsen scherfvrije groepschuilplaatsen gebouwd. In het lage gedeelte ligt nog een enkel overgebleven exemplaar.

De verbetering van Fort Honswijk

Kalverstraat
Fort Honswijk, de "Kalverstraat" . Links de contrescarpgallerij en rechts de toren.

Fort Honswijk is pas aangepast in de periode 1881 - 1885. Toen is de bomvrije toren gedeeltelijk afgebroken en bouwde men een contrescarpgalerij met gronddekking. Hierdoor verdween de toren "uit het zicht" van de vijand en werd hij minder kwetsbaar. Verder werd er in het rechter frontbastion een remise gebouwd die via een trap in verbinding stond met de ondergelegen magazijnen en via een gang met de contrescarpgalerij.

In de drie andere bastions bouwde men remises met verbruikmagazijnen en in de frontwal tussen het linker en rechter frontbastion kwam een schuilplaats annex verbruiksmagazijn. Het karakteristieke neoclassicistische poortgebouw met wachtlokalen en poterne dateert eveneens uit genoemde periode. Dit geldt ook voor het daarachter gelegen gebouw.

De verbetering van Fort Honswijk werd in 1885 afgerond met de bouw van een betonnen remise rechts tegen de contrescarpgalerij aan en een dubbele kazemat in het linker frontbastion ter bescherming van de grote inundatiesluis. In 1897 paste men de schietgaten in dit gebouw aan voor mitrailleurs op zogenaamde kazemataffuiten. De gracht om de toren is pas in 1886 gedempt.

De Batterij aan de Noorder Lekdijk

In 1909 ging halverwege Fort Honswijk en Vreeswijk de spade in de grond voor de aanleg van een batterij in de uiterwaarden van de Lek. Deze batterij was niet bedoeld om de scheepvaart op de Lek onder vuur te nemen, maar om het Werk aan de Waalsche Wetering en het Werk aan de Korte Uitweg te flankeren. In die tijd sprak men overigens niet meer van de Stelling Honswijk, maar vielen de verdedigingswerken in dit deel van de NHW onder de "Groep Vreeswijk". De bewapening van de batterij bestond uit zes kanonnen van 12 cm.

In het midden van het werk lag een gedekt onderkomen met twee lokalen, één voor logies en een munitiemagazijn, en twee privaten. Links en rechts van dit onderkomen bevonden zich de opstellingen voor het geschut met betonnen munitienissen in de borstweringen. Verder waren er houten twee commandoposten in de taluds van de traversen van het noordelijk en zuidelijk deel van het plateau, waarop de batterij lag.

In 1965 heeft Defensie deze locatie afgestoten. Helaas is de batterij nu geheel verdwenen als gevolg van de verzwaring van de Lekdijk in de jaren tachtig.

Het Werk aan de Groeneweg

Groene Weg
Werk aan de Groeneweg: met groepschuilplaatsen uit de mobilisatie van 1914 - 1918 en uit die van 1939 - 1940.

Tijdens de mobilisatie 1914 -1918 werd ongeveer twee kilometer beoosten Fort Honswijk een infanteriestelling aangelegd. Deze stond loodrecht op de Noorder Lekdijk en strekte zich uit tot over de Achterweg. Deze stelling bestond uit loopgraven, prikkeldraadversperringen, grachten en een groot aantal betonnen schuilplaatsen. Na de mobilisatie zijn de aarden werken geslecht; de schuilplaatsen zijn blijven liggen.

Tijdens de mobilisatie van 1939 - 1940 is het Werk aan de Groeneweg wederom in staat van verdediging gebracht. Men groef loopgraven en tankgrachten en legde veldstellingen aan en er werden betonnen groepschuilplaatsen en gietstalen koepelkazematten voor zware mitrailleurs gebouwd. Verder plaatste men op de Lekdijk en in de Achterweg tankversperringen. Overigens waren al in 1936 - 1938 enkele schuilplaatsen van het type "1918" omgebouwd tot mitrailleurkazemat.

Alle versperringen met uitzondering van die in de Achterweg zijn opgeruimd en de aarden werken zijn geslecht. Alleen de talrijke betonnen groepschuilplaatsen uit beide mobilisaties en de betonnen onderstukken van de koepelkazematten vormen herinneringen aan het verleden.

De mobilisaties en de Stelling Honswijk

De drie keer dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie is gemobiliseerd, zijn niet aan de Stelling Honswijk voorbij gegaan. Zeer ingrijpend was de mobilisatie van 1914 - 1918. Vier jaar lang zijn de forten intensief gebruikt. Om de tijd zinvol te besteden gaf men op Fort Honswijk onder meer onderwijs aan de gemobiliseerde soldaten. Daarnaast was er ruimte voor vrijetijdsbesteding, bij voorbeeld toneelvoorstellingen en feestavonden. Zo is er een Honswijk's Vaandellied geschreven met als refrein:

"Wij handhaven immer
wij blijven geschaard
rondom u, o vaandel.
Dat God u bewaart."

Het leven op het fort in het eerste jaar van de mobilisatie wordt beschreven "Fort Honswijk, Staat van Oorlog 1914 - 1915". Hierin is ook een verslag opgenomen van het planten van de zogenaamde mobilisatielinde en de inwijding van het herinneringsteken. Ik wil enkele stukken hieruit citeren.

"Enkele dagen vòòr 2 augustus 1915 liet de fortcommandant iedereen aantreden op het Oranjeplein en deelde mee dat men ter gelegenheid van één jaar mobilisatie een linde wilde planten met daaromheen een hek. "Want dat zou karakteristiek Honswijksch kunnen worden. Wij hoorden waarom en vereenigden ons allen met hart en ziel daarmee. De muziek begon daarna het Wilhelmus te spelen. De kapitein nam een schop en begon zand uit het vierkant weg te graven. Daarna gaf de kapitein de schop over aan den oudsten Luitenant. Deze Luitenant deed hetzelfde en zoo ging de schop van hand tot hand. De geheele bezetting deed op die wijze aan het uitgraven mee. De muziek bleef daarbij doorspelen. Na het Wilhelmus volgde het Wien Neerlandsch bloed en het Vaandellied. De muzikanten kwamen ook een voor een hun Honswijksche plicht bij de kuil vervullen. Toen deze voldoende was uitgegraven, werd er vruchtbare aarde gehaald, die, in denzelfden geest, door de geheele bezetting in de kuil werd geworpen. De kapitein ging ook hierbij voor. Daarna werd de linde geplant."

Boom
Fort Honswijk, het herinneringsteken van een jaar mobilisatie op fort Honswijk.

Het herinneringsteken ontworpen door één van de Gebr. Van der Horst, kunstsmeden uit Utrecht, bestaat uit een vierkant hek. Op het midden van elke zijde is een schild bevestigd met daarop een rij geweerpatronen, symbolisch voor de infanterie. Op de vier hoekstijlen staat een granaat, symbool van de artillerie. Ieder schild heeft een Nassau-blauw veld met daarop een spreuk. De vier schilden zijn aan de onderkant met in elkaar geknoopte banden verbonden met de hoekstijlen. Deze banden symboliseren het onderlinge vertrouwen. De staaf waarop het schild rust, stelt een jonge boomstam voor als symbool van de mobilisatie. Hieruit ontspruiten twee takken, een eiken tak en een olijftak respectievelijk als symbool van kracht en vrede. De combinatie staat voor het bereikte resultaat van de mobilisatie: vrede door kracht. Elk van de schilden is door middel van een ketting aan een hoekstijl verbonden. De schakels stellen de Honswijkers elk afzonderlijk voor en elke ketting stelt ze gezamenlijk voor als bezetting.

De inwijding vond plaats op 2 augustus 1915 in de aanwezigheid de bezetting van de naburige forten en kerkelijke vertegenwoordigers. De plechtigheid begon met de binnenkomst van een zegewagen met de Nederlandse Maagd. "Haar hoofd is gedekt door een blinkenden helm waar onderuit goudblonde lokken breed neervallen op schouders en zilveren kuras. Een breeden zijden Oranjeband draagt zij en bandelière, terwijl een Nassau-blauwe mantel, omzoomd met breed zilveren rand, in bevallige plooien langs haar anderen schouder afhangt."

"De wagen, van den grond af in nationale kleuren, in groen en bloemen gehuld, wordt door gewapende Honswijkers getrokken en is door de 11 gemobiliseerde provinciën omringd. Deze worden hierbij voorgesteld door 11 gewapende Honswijkers, ieder, bij wijze van vaandel, het wapen van de provincie dragend waaruit hij afkomstig is. De wagen wordt voorafgegaan door den fortcommandant en door herauten-trompetters. De kleine stoet gaat het Oranjeplein op en neemt de daarvoor beschikbaar gehouden plaats, tegenover ons vaandel, naast de linde in. Het zangkoor doet nu juist de laatste regels van het volkslied hooren:

Behoud voor 't lieve Vaderland
Voor land en Koningin. (bis)

Als deze regels uitgezongen zijn, verheft de Nederlandsche Maagd fierder nog hare rijzige gestalte, omklemt zij vaster nog de vlag en doet zijn ons, als antwoord op dien zang, onmiddelijk het Wilhelmus hooren, dat zij met haar prachtige sopraanstem over onze gelederen uitzingt als Neerland's verrukkelijken vrijheidszang. Een trilling van geestdrift gaat daarbij door onze gelederen."

Na een toespraak van de fortcommandant, kapitein A. Kaptein en een optreden van het zangkoor klonk het: "Presenteert Geweer!" De muziek zet het Wilhelmus in. De kapitein doet het doek van het hek wegnemen. Het "Voor Koningin en vaderland" schittert ons in gouden letters tegen. Alle honderden gasten salueeren."

Na de onthulling kregen alle soldaten een gedenkpenning uitgereikt.
"De Kapitein wijst op de penningen en zegt: "Honswijkers! Een geschenk van Uwe officieren."

Van verschillende kanten kwamen telegrammen binnen. Onder meer van de Generaal Majoor b.d. Roldanus en de Kolonel b.d. Lindhout, die beide als luitenant op het fort waren gelegerd tijdens de mobilisatie van 1870.

Om vier uur kregen de soldaten verlof. "We mogen uit. 't Stroomt nu Honswijkers naar buiten, ieder met zijn "Honswijk-orde op de borst. 's Avonds is er menig "schots" gedanst. In Culemborg vooral is het er vroolijk naar toe gegaan. Daar wilden de meisjes alleen nog maar Honswijkers hebben. Daar speelden de orgels. Daar is menig engagement gesloten en menige afspraak voor "na de oorlog"gemaakt".

Het verslag eindigt met een dankbetuiging aan "mej. Van Ebbenhorst Tengbergen voor de indrukwekkende wijze waarop zij de Nederlandse Maagd heeft voorgesteld; " "en aan den braven landbouwer voor het leenen van den platten wagen."

Drie jaar later, op 10 april 1918, werd het herinneringsteken officieel door het Ministerie van Oorlog namens het Rijk aanvaard als geschenk. Een hele bijzondere gebeurtenis vond plaats op 2 augustus 1919. Toen werd het monument voorzien van een lauwerkrans, aangeboden door de toen nog levende oud-officieren, die tijdens de mobilisatie van 1870 op het fort dienst hadden gedaan!

Het herinneringsteken, dat u nu aantreft op het fort, is een kopie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse bezetter het origineel weggehaald wellicht omdat men zich ergerde aan de vaderlandslievende tekst op één van de schilden "Voor Koningin en Vaderland". Na de oorlog viel het oudgedienden op dat het monument er niet meer was. Dit was aanleiding voor de toenmalige gebruiker van het fort, Koninklijke Landmacht, om een replica te maken. Deze bevindt zich op een iets andere plaats dan waar het oorspronkelijke herinneringsteken stond, destijds het "Oranjeplein". De lauwerkrans uit 1919 ontbreekt en ook de oorspronkelijke kleuren zijn niet aangehouden..

Het herinneringsteken is niet de enige tastbare herinnering uit die periode. In de kantine hangt ook nog het vaandel van de eenheden, die medio 1915 op het fort gelegerd waren, te weten 2 III - 8.R.I (2e compagnie van 3e bataljon van 8e Regiment Infanterie), 3.1.1. L.W.A (Landweer Artillerie), 3.1.1. VgA (Vestingartillerie) en het personeel Militaire Telegraafdienst.

Op diverse plaatsen in de gebouwen van Fort Honswijk en in de bomvrije kazerne van het Werk aan de Korte Uitweg staan opschriften en afbeeldingen op de muren. Deels dateren deze uit de twee mobilisatieperiodes, maar er zijn ook opschriften van latere datum.

Uiteraard speelde Fort Honswijk een rol in de mobilisatie van 1939 - 1940. Ik wil u enkele citaten uit het boek "Tusschen vuur en ijzer" van H. van Heerde niet onthouden. In dit boek vertelt Van Heerde van de belevenissen van II-19 R.I. Deze eenheid was betrokken bij de gevechten op de Grebbeberg in de meidagen 1940. Op 12 mei 1940 om half drie werd het signaal tot terugtrekken gegeven. Via Amerongen, Cothen en Schalkwijk kwam men tenslotte aan bij Fort Honswijk. Van Heerde beschrijft zijn kennismaking met fort Honswijk als volgt:

"Voor we Fort Honswijk bereikt hebben, is de mist al vertrokken en staat de zon te schitteren aan de hemel. Links van ons hebben wij de Lek en duidelijk zien wij boven de Betuwe de vliegtuigen voortsnellen. Op vliegtuigen zijn wij heelemaal niet gesteld en wij zijn blij, Honswijk in 't zicht te hebben en na korte tijd komen we op de bestemde plaats. Daarna trekken wij Fort Honswijk binnen. Het fort bestaat uit een groot complex steenen versterkingen, waaronder lange, breede kelders. Het fort, dat 100 jaar geleden misschien een sterk fort was, is nu totaal verouderd. Het wordt dan ook niet meer verdedigd. Thans staan er ook groote barakken, die waarschijnlijk voor geïnterneerden zijn gebruikt. Van alle kanten zien wij troepen naar het fort trekken 's Middags heb ik het aantal aanwezigen op ongeveer 3000 man geschat, behoorende tot allerlei regimenten en onderdeelen. Er zijn er bij uit de Peel, van de grensbewaking en uit het land van Maas en Waal, die allemaal naar hier teruggetrokken zijn."

Iets verder schrijft hij:

"Ik slenter maar eens een beetje door het fort heen om eens poolshoogte te nemen. Ik zie dat de barakken al geheel gevuld zijn met slapende soldaten. Maar ik zie nog meer. Ik zie ook dat wij met enige duizenden mensen in een gemeen gat zitten. Het is een vreemde situatie hier in dat fort. Alles is schijnbaar maar bij elkaar gedreven op een plaats, waar we alle ruimte missen, waar één nauwe uitgang de weg vormt naar het vrije veld. Wat moeten we hier toch. Langzaam begint een ongerustheid zich van mij meester te maken. En hierin staat ik niet alleen. Ik klamp enkele officieren aan, die ook erg ongerust zijn. "Dit is net een steenen doodkist", zegt er een. Een sergeant met wien ik praat, noemt het fort een ratteval. Zoo is het inderdaad. We zitten hier als ratten in een val. Vijandelijke vliegtuigen vliegen geregeld over het fort heen. Een hoornblazer hebben we boven op een van de steenen versterkingen gezet. Hij moet luchtalarm maken. Ieder oogenblik hooren wij zijn hoorn en dan verschuilen wij ons in de kelders onder het fort. Maar wat zitten wij hier ontzettend gevaarlijk! De tegenstanders hebben goede oogen, die hebben in hun vliegtuigen al lang gezien dat we hier zitten. Met angst denk ik er aan wat er gebeuren zal, als op dit niet te missen punt bommen geworpen worden. We zullen verpletterd worden onder de instortende versterkingen, we zullen vermorzeld worden onder zware stukken steen."

Van Heerde maakte de capitulatie op het fort mee en hij verwoordde zijn ervaringen als volgt:

"Als een bom van 1000 kilo valt het bericht van de capitulatie op 14 mei 1940 ons fort binnen. Nederland heeft zich overgegeven. De oorlog is afgeloopen. Ik kijk om mij heen. Tegen de muur leunt een overste. Zijn gezicht is spierwit en zijn lippen trillen. "

" Het fort gonst als een bijenkorf. Neerslachtig staan allerlei groepjes bij elkaar. Op een graswal ligt een soldaat met het hoofd op zijn armen en zijn lichaam schokt van ingehouden snikken. Hier en daar begint men reeds de wapens en uitrustingen neer te gooien. De kok komt naar mij toe. "Sergeant, 'k heb nog twee ketels vol capucijners, zal ik die maar in de gracht smijten?" "Doe het maar niet", zeg ik moe, "het is eten"."

"Naast mij staat een korporaal. Ook hij moet de wapens neerleggen. Als een razende smijt hij karabijn en uitrustingsstukken op de grond. Zijn helm schopt hij tegen een muur. Daarna huilt hij. Ik zou misschien ook wel willen huilen, want nu is de reactie gekomen. Ik rook echter alleen maar sigaretten, een nieuwe telkens met het laatste peukje aanstekend. Een eindje verder staat een sergenat, die het heel moeilijk en zwaar op de Grebbeberg heeft gehad en die veel kameraden heeft zien vallen. Hij heeft een geladen pistool in de hand en hij wil geen wapens neerleggen. Op bevel van een overste ontwapenen wij hem met geweld."

"Buiten hoor ik de zware stap van vele laarzen en achter elkaar komen dertig Duitsche soldaten het fort binnen. Het zijn jonge kerels, net zoo zwart als wij. "Heraus, heraus", klinkt het in onze ooren. Wij moeten onze armen in de hoogte steken en het fort verlaten. Dit is even een moeilijk moment, want er behoeft maar een hopelooze te zijn in het fort die naar de wapens grijpt om ontzettende gevolgen wakker te roepen. Gelukkig gebeurt er niets. Met de handen in de hoogte verlaat ik het fort gevolgd door honderden anderen en in een oogenblik staan wij buiten op de dijk."

Tot zover het verslag van H. van Heerde.

Wat is er over

Alle verdedigingswerken van de Stelling Honswijk zijn nog aanwezig, maar veel van de inundatievoorzieningen zijn in de loop van de jaren gesloopt. Dit had te maken met de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hierdoor verloor de grote inlaatsluis in de Noorder Lekdijk haar functie als inlaatpunt. Daarom zijn de houten schotbalken in deze sluis in 1939 vervangen door een betonnen muur. Bij de verzwaring van de Lekdijk in de jaren tachtig viel het doek voor deze inundatiesluis en zijn de restanten van de sluis verdwenen onder het dijklichaam. Dit is jammer, want de sluis was iets bijzonders met zijn geweergalerij voor de nabijverdediging. Deze galerij kon men vanuit het Fort Honswijk bereiken via een poterne onder de wal. Deze bijzondere voorziening was overigens primair bedoeld voor het bedienen van de sluis.

Ook de twee damsluizen in de singelweg rond Fort Honswijk zijn verdwenen. Alleen een gedeelte van de damsluis die de verbinding vormde tussen de fortgracht en het vroegere inundatiekanaal "De Snel" is gerestaureerd.

Het inundatiekanaal Honswijk-Schalkwijksche Wetering ligt er nog, maar heeft uiteraard zijn oorspronkelijke functie verloren. De damsluis, die de verbinding vormde met de fortgracht is in de jaren zeventig opgeruimd en vervangen door een duiker.

De vijf bruggen over het kanaal zijn alle op één na verdwenen. De enige brug die nog over is, ligt halverwege tussen de Waalseweg en de Schalkwijksche Wetering, midden in het land.

Van de twee bruggen over de gracht om de Lunet aan de Snel is er nog één over en wel die over het linker gedeelte. Maar deze brug bevindt zich in een meer dan deplorabele toestand en is nodig toe aan een ingrijpende opknapbeurt.
Het vroegere inundatiekanaal "de Snel" ligt er nog, maar is verland tot een brede sloot.

Grenssteen
Stelling Honswijk, een van de overgebleven militaire grensstenen.

Ik ben gecharmeerd van militaire grensstenen. Bij Fort Honswijk kan ik in dat opzicht mijn hart ophalen. Op veel plaatsen staan deze stenen er nog. Met name langs de singelweg om het fort.

De naoorlogse periode

Veel forten van de NHW zijn na de oorlog gebruikt voor opslagdoeleinden, vaak voor munitie. Fort Honswijk daarentegen is één van de objecten, die tot voor enkele jaren intensief zijn gebruikt. In 1945 en 1946 heeft het fort gediend als interneringskamp voor collaborateurs. Eén van de mensen die in de zomer van 1945 op het fort geïnterneerd was, vertelde dat men zelf moest zorgen voor matrassen en dekens. Deze man vertelde ook dat een medegeïnterneerde zo gedeprimeerd raakte dat hij met een gevonden landmijn zelfmoord heeft gepleegd, waarbij ook één van de bewakers is omgekomen.Vol afschuw vertelde hij dat de kist met soffelijke resten van deze man enkele dagen op het terrein heeft gestaan.

Direct achter het poortgebouw staat gebouw H, oorspronkelijk een kruit- en projectielenmagazijn. Op de muur in één van de vertrekken staat een tekening uit september 1946 met een boom en daaromheen de namen van een aantal geïnterneerden. Het onderschrift luidt: "Hier geneest men politieken en andere ongeneeslijke zieken". Het merendeel van de geïnterneerden waren Nederlanders, maar ook de beruchte "Drie van Breda" zijn korte tijd op Fort Honswijk gevangen gehouden.

Na deze periode is Fort Honswijk tot 1968 gebruikt door de Koninklijke Luchtmacht (KLu). Die gebruikte onder anderen een deel van de bomvrije toren. Op diverse plaatsen in dit gebouw zijn nog herinneringen aan die periode. Zo staat in één van de twee keukens nog de verwarmingsketel. Een andere herinnering vormt de kokerschietbaan uit 1959 die werd gebruikt voor het inschieten en testen van boordwapens van vliegtuigen.

Na het vertrek van de KLu is het fort in gebruik genomen door de Koninklijke Landmacht. Deze heeft het fort tot in 1996 gebruikt voor munitierenovatie. Uit deze periode dateren de "munitiefabriek" en de munitiehaven. In april 1996 heeft men de laatste opdracht uitgevoerd op Fort Honswijk. Aardig om te vermelden is dat de dienstplichtigen die in die tijd te werk waren gesteld op het fort, drie maanden hebben bijgetekend om dit karwei af te ronden.

De geschiedenis van de andere werken in de Stelling Honswijk is minder kleurrijk. Het Werk aan de Korte Uitweg is na de oorlog onder meer gebruikt voor de opslag van materiaal van Baileybruggen ten behoeve van de spoorwegen. Op het terrein van het fort voor de bomvrije kazerne oefende men in die tijd met het leggen van dergelijke bruggen. Het verhaal gaat dat veel van het hout van deze bruggen is gebruikt voor de bouw van een paardenstal op Drakenstein.

EOC

EOC
Een vrachtwagen van het Explosieven Opruimings Commando op de weg naar de Lunet aan de Snel.

Sinds 1985 is het Werk aan de Korte Uitweg eigendom van Staatsbosbeheer. Jarenlang is er niets aan het fort gedaan met als gevolg dat de gebouwen zich in slechte staat bevinden. Dit is verergerd door verzakkingen, waardoor de muren en de vloeren op veel plaatsen zijn gescheurd. Deze scheuren vormen een goed onderkomen voor overwinterende vleermuizen. Sinds 1999 is via de Stichting Wandel- en Fietsforten het fort in beheer gekomen van de Stichting Werk aan de Korte Uitweg. Deze stichting wil in de loop van dit jaar op het fort een theehuis realiseren. In verband hiermee zijn vrijwilligers bezig met het opknappen van het fort. Ook de genieloods is onder handen genomen. Deze wil men gebruiken als slaapgelegenheid voor groepen en passanten.

De Lunet aan de Snel heeft eigenlijk steeds gefunctioneerd als opslagplaats van munitie. Op dit moment gebruikt de Explosieven Opruimingsdienst de lunet voor opslag van gevonden explosieven.

De toekomst van de Stelling Honswijk

Defensie is nog eigenaar van Fort Honswijk en Lunet aan de Snel. Beide objecten zijn nog in gebruik, zij het op beperkte schaal. Daarnaast heeft Defensie enkele gebouwen op Fort Honswijk in gebruik gegeven aan twee Stichtingen: de Stichting Militair Erfgoed en de Stichting Functioneel Bunkerbeheer. Stichting Militair Erfgoed heeft haar secretariaat gevestigd op het fort en zij organiseert er allerlei activiteiten zoals lezingen en presentaties. De Stichting Functioneel Bunkerbeheer heeft allerlei goederen op het fort opgeslagen.

Het is nog niet duidelijk wat Defensie op middellange termijn met het fort zal gaan doen. Mede in verband hiermee hebben enkele enthousiastelingen recent een nieuwe stichting opgericht: Stichting Wachters aan de Lek. Deze stichting heeft als primaire doelstelling dat Fort Honswijk, Fort Everdingen, de Lunet aan de Snel en de Gedekte Gemeenschapsweg in handen blijven van Defensie als tastbare herinnering aan militaire verleden van ons land. Daarnaast wil deze stichting zinvol hergebruik van deze objecten stimuleren met instandhouding van het oorspronkelijke karakter.
Afsluiting

Er is nog geen duidelijkheid over de toekomst van de voormalige Stelling Honswijk. Eén ding moge duidelijk zijn geworden dat de stelling qua objecten en vestinglandschap uniek is. De doelstelling van de Stichting Wachters aan de Lek om het militaire karakter van dit gebied te handhaven, sluit hier dan ook naadloos op aan.

Bronnen:
- Utrechts Archief: Register betrekkelijk vestingwerken onder beheer van den EAI Utrecht, Vesting Utrecht 1e gedeelte, 3de deel
- Utrechts Archief: Register betrekkelijk de inundatiemiddelen onder beheer van de EAI Utrecht
- H. van Heerde: Tusschen vuur en ijzer, Meppel 1940
- Dr. W. Bevaart: Nederlandse Defensie 1839 -1874, 's-Gravenhage 1993
- Brand en Brand: De Hollandse Waterlinie, Utrecht 1986
- Fort Honswijk, Staat van Oorlog 1914 - 1915, Tweede Deel (eigen uitgave)
- Mondelinge informatie van de heer B. van Kuijk, Tull en 't Waal
Met dank aan Douwe Koen voor zijn adviezen.