22 KW-bunkers in één dag

Tekst en foto's: Ron Erhardt (†2009) en René Ros.

Expeditie-leider Ron Erhardt bij de bunker en inlaatwerk bij Haacht.
Expeditie-leider Ron Erhardt bij de bunker en inlaatwerk bij Haacht.

Het was alweer zo'n vijf jaar geleden dat Michel van Best, René Ros en Ron Erhardt gezamenlijk een 'expeditie' hadden ondernomen, namelijk naar de NIKE-sites in Duitsland.
Door Ron's activiteiten in de Linie Koningshooikt - Wavre (KW-linie) was het doel voor de expeditie van zaterdag 21 maart 2009 dan ook snel vastgesteld: het deel van de KW-linie tussen de plaatsen Peulis en Onze Lieve Vrouwe Waver, iets ten oosten van Mechelen. Voor René was dit zijn eerste bezoek aan de linie - eindelijk eens wat anders dan die Stelling van Amsterdam.

Het doel was een inzicht in de ligging van de linie te krijgen en van ieder type bunker er tenminste eentje te bekijken. En aangezien vrijwel elke bunker uniek is uitgevoerd waren we na 22 bunkers in één dag eigenlijk niet klaar.

In de periode 1938-1940 werd de Linie Koningshooikt - Wavre verkend en uitgebouwd. De plannen uit die tijd voorzagen in eerste instantie dat de linie een opvangstelling zou worden voor troepen die terugvielen van de verdedigingslinie langs de Maas. Voor de landsverdediging was België afhankelijk van de Franse strijdkrachten die het zuidelijk deel van het land zouden verdedigen.
Toen de Fransen besloten dat ze de verdediging van de Maas te ver naar het oosten vonden, werd in1939 de KW-linie aangewezen als hoofdverdedigingslinie. Oorspronkelijk was het de bedoeling de stelling aan te leggen over het traject Koningshooikt - Namur (Namen), maar in 1940 was men met de bouw gekomen tot aan Wavre en over de rest van het tracé was nog geen overeenstemming bereikt. Wel werden er versperringen tussen Wavre en Namur aangelegd, maar deze werden niet beschermd door kazematten. Zowel bij de Geallieerden als de Duitsers was de KW-linie bekend als de Dijle-stelling.

Bij de Duitse aanval op 10 mei 1940 bemande het Belgische leger de noordelijke helft van de KW-linie (van Lier tot Leuven), terwijl Engelse en Franse eenheden de KW-linie in Leuven en ten zuiden daarvan bezetten.
In Leuven en omgeving is het nog tot gevechten tussen de Engelse en Duitse legers gekomen. In het noorden werd de linie door de Duitsers omtrokken bij hun aanval op Antwerpen. Reeds na een dag of twee was het duidelijk dat de Duitsers zowel noord als zuid van de linie doorgebroken waren. Voor de bezetting van de KW-linie werd toen de opdracht gegeven naar het westen terug te trekken en het Bruggehoofd Gent te bemannen.
Achteraf is het een gelukkig toeval dat grote delen van de linie niet in gevechtshandelingen zijn betrokken geraakt. Hierdoor hebben veel kazematten de tijd goed doorstaan en geven een interessant beeld van de stand van de Belgische bunkerbouw eind jaren 1930.

Een deel van de anti-tankgracht met muur bij Haacht.
Een deel van de anti-tankgracht met muur bij Haacht.

Eerst een korte blik op de anti-tankgracht en inlaatsluis bij Haacht. Maar liefst vier kilometer betonnen muur en gracht, waarvan we maar een kort stukje bewandeld hebben. Bovendien kon hier het voorterrein geïnundeerd worden zodat bij de Dijle een inlaatwerk zit, met een bunker.
Daarna bakkie gedronken in een café in Haacht, waar tot onze verbazing de koffie en thee standaard werd geserveerd met een mini-glaasje advocaat. Tijdens de koffiestop werd het programma voor de rest van de dag doorgesproken.
Het weer had niet beter gekund en bij felle zonneschijn liepen de temperaturen dan ook al snel op tot bijna lente-achtige waarden.

Na een korte autorit werd een bezoek gebracht aan Rijmenam, een plaatsje aan de Dijle. Alwaar negen bunkers in een cirkel rond dat dorp een anti-tank centrum vormden, dat de brug over de Dijle moest verdedigen. Een van de bunkers bleek afgebroken te zijn voor nieuwbouw, maar de andere acht waren nog aanwezig. Vier daarvan werden bezocht, merendeels tussen de huizen, evenals een connectiebunker.

Tijdens de volgende verplaatsing werden vlak bij Rijmenam een kleine, meer naar achter gelegen connectiekamer (bunker VA31) bekeken. En bij Bonheiden een grotere bunker voor een telefooncentrale (bunker C23).
Hierna streek de ploeg neer in Peulis waar de huidige N15 het te verdedigen acces was. Op een stukje oud tracé van de weg vonden we twee ankerpalen voor de Cointet anti-tank hekken. Met deze verplaatsbare metalen hekken werd niet alleen de weg maar ook het terrein versperd. De Cointet anti-tank hekken vormden een continue hindernis die is te vergelijken met de "drakentanden" in de Westwall. Deze hekken gaven de KW-linie de bijnaam "IJzeren Stelling".

De toegangszijde van de connectiebunker VA31 bij Rijmenam. Twee ankerpalen voor de Cointet anti-tank hekken bij Peulis.
De toegangszijde van de connectiebunker VA31 bij Rijmenam. Twee ankerpalen voor de Cointet anti-tank hekken bij Peulis.

Op een bankje in de zonverlichte Peultenerbossen aten we onze meegenomen boterhammetjes op om weer snel op pad te gaan. Rond het bos liggen een aantal bunkers van het het anti-tank centrum bij Peulis. In totaal werden vijf van de acht bunkers bezocht waarvan het merendeel is afgesloten.
Een openstaande vraag over de precieze ligging van een van de bunkers werd moeiteloos met GPS opgelost. Daarom was het voor Ron de eerste keer dat hij bunker Pe2 fysiek kon aanraken, die hij tot nu toe alleen uit de verte had gezien.
De bunker Pe7 ligt direct aan de weg N15 maar de effectieve begroeide bakstenen camouflage maakt hem alleen in de winter voor de argeloze voorbijganger zichtbaar.

De laatste bestemming rond Onze Lieve Vrouwe Waver betekende ook de langste wandeling. Ruim vier km, maar daarin kon je dan ook ruim acht bunkers van dichtbij bewonderen. Dit waren vier bunkers in de voorste lijn en vier in de tweede lijn, die zich respectievelijk oost en west van de Dorpsstraat bevinden. Bij de L15 probeerde René door middel van artistieke handbewegingen zijn schaduw attractief op het grasveld weer te geven.

De vrijwel onzichtbare bunker P7 langs de weg bij Peulis, met begroeiïng en bakstenen camouflage. Schaduwboksen bij bunker L15 in Onze Lieve Vrouwe Waver.
De vrijwel onzichtbare bunker P7 langs de weg bij Peulis, met begroeiïng en bakstenen camouflage. Schaduwboksen bij bunker L15 in Onze Lieve Vrouwe Waver.

Omdat we inmiddels tot onze verbazing op het tijdschema waren voorgeraakt, hadden we aan het eind van de middag nog wat tijd over. Michel stelde daarom voor om op de terugweg een stop te maken bij de Redoute Schilde en daar het laatste daglicht in foto's te vangen. Met bovenmenselijke inspanning weerstonden wij de lokroep van de plaatselijke horeca en reden naar Schilde waar het opgeblazen fort uit de fortengordel rond Antwerpen een bizar decor vormde.

In de ruïne, veroorzaakt door de Belgen zelf die het bij hun terugtocht in 1914 opbliezen, zijn in 1939 een aantal modernere mitrailleurkazematten toegevoegd. Een van de woonbunkers was via een zijdeur rechtstreeks met het oude fort verbonden.
Tussen de grote en kleine brokstukken liggen nog twee stuks geschut voor de eeuwigheid klem. Het dak bestond uit grote brokstukken die door magische krachten nog op hun plaats bleven zitten.

Het interieur van voorheen twee verdiepingen in het opgeblazen hoofdgebouw van Redoute Schilde. Een rek voor uitrustingsstukken in de schuilplaats uit 1939 op Redoute Schilde.
Het interieur van voorheen twee verdiepingen in het opgeblazen hoofdgebouw van Redoute Schilde. Een rek voor uitrustingsstukken in de schuilplaats uit 1939 op Redoute Schilde.

Hiermee kwam een lange dag ten einde. Omdat we honger hadden liepen we bestoft en licht bemodderd een restaurant binnen, waar de rest van de plaatselijke bevolking in hun nette kleding zat te dineren. Ondanks onze uitstraling werd ons een smakelijke maaltijd - met Belgische frieten - verstrekt.

Vooral door het prachtige weer was het een dag geworden waar we een goed inzicht in de KW-linie hebben gekregen. Dit smaakte duidelijk naar meer.