Tekst en foto's: Erik Jan Eskes.
![]() |
| De sectie van opa Eskes. |
Sinds mijn twaalfde ben ik in het bezit van mijn opa’s dagboek waarin hij zijn belevenissen in de periode mei - juni 1940 beschrijft. Aangezien ik verder weinig weet van de beste man, afgezien van wat losse opmerkingen van mijn vader, leek het me leuk om samen met zijn zoon (mijn eigen vader dus), eens op de plekken te gaan kijken welke hij in zijn dagboek beschrijft.
Mijn opa Hendrik Eskes is op 21 september 1907 geboren in Vorden, ten oosten
van Zutphen. Vanwege de oorlogsdreiging in 1939 was hij opnieuw opgeroepen
en in 1940 was hij dus 33 jaar...
Enig speurwerk leerde mij, dat hij behoorde tot het 35e Regiment Infanterie
(RI), welke gelegerd was langs de IJssel tussen Zutphen en Westervoort. Helaas
stond zijn eenheid niet in zijn dagboek, net zoals ook menig ander detail ontbrak.
In zijn dagboek beschrijft mijn opa hoe hij op vrijdag 10 mei om 04.00 uur ’s ochtends wakker wordt door het geluid van de radio en ze het geluid van overvliegende vliegtuigen horen. Binnen 15 minuten is zijn sectie op weg vanuit het kwartier in Brummen naar de stellingen aan de IJssel. In de haast worden echter wel de vullingbussen voor de gasmaskers vergeten. Deze kunnen ze echter nog bij een ander kwartier meenemen, waar ze nog tussen lege munitiekisten en ander militair spul liggen.
Opa’s sectie is op weg naar B111 en G112. B111
is een betonnen kazemat in het directe verlengde van de Veerweg naar het
veer op Bronkhorst. G112 is een gietstalen kazemat langs de IJssel iets verder
naar het noorden. Maar kazemat G112 blijkt al door enkele kameraden bezet.
Omdat mijn opa en zijn vriend – door hun ‘gevorderde’ leeftijd – nooit deelnamen aan oefeningen waren hun plaatsen al bezet en worden ze naar de (pelotons) Commandopost gestuurd. Deze CP was in boerderij ‘’t Kraaiennest’ ingericht.
Hier krijgen de twee mannen te horen dat de ene soldaat
naar B106 moet gaan terwijl soldaat Eskes naar G109 moet gaan. De ordonnans
krijgt opdracht om mee te gaan om ‘ze met de boot over te zetten over
de Hank.’ De Hank is een kleine
zijtak van de IJssel, die er 500 à 600 meter verder weer in uitmondde.
Beide kazematten waren hier tussenin gebouwd en de mannen zaten dus als het ware
op een eiland.
‘Van voren water en van achteren water. Dat leek ons een griezelig iets.
De mannen bij die kazematten zagen er ook erg bedrukt uit. Waar moesten we ook
heen bij eventueel gevaar?’
Na een uur mag mijn opa echter al weer terug gaan naar G112. ’Gelukkig
lag de boot nog aan mijn kant, gauw heb ik me toen zelf overgezet en ben maar
weer naar G112 gewandeld.’
Tot zover het gedeelte uit het dagboek dat mijn vader en ik zijn gaan volgen. Niet dat het dagboek hier stopt maar het levert verder geen ‘spannende’ aanknopingspunten op voor een zoektocht naar kazematten. Laat staan plekken die nu weer te vinden zouden zijn. Op een mooie dag reden mijn vader en ik naar Brummen en namen de Veerweg naar Bronkhorst.
![]() |
![]() |
| De Veerweg bij Brummen met in het gras de grondplaat van S110 (S-Kazemat 110). | |
Op de voorgrond de grondplaat in het gras. In de verte stonden twee mortieren en een Pantser-afweer geschut (PAG). |
De grondplaat van de andere kant gezien. |
Het grootste raadsel toen we bij de Hank aankwamen, was echter het bootje:
zowel in 1940 (zeggen de experts) als anno 2004 was er helemaal geen reden
om een bootje over de Hank te hebben. Want aan de kant van de Veerweg loop
je zó het
eiland op. En anders kan je in de buurt van Leuvenheim het eiland oplopen – in
1940 deed men daar zeker niet moeilijk over!
Vreemd, dus. Of stond het water in de rivier hoog? Of hadden de mannen van 35
R.I. zelf een bootje gevorderd?
Daarna op zoek gegaan naar resten van B111 of G112. Helaas bleek al gauw,
dat daar niets van terug te vinden was...
Al tijdens, maar ook na de oorlog zijn
alle kazematten tussen Zutphen en Westervoort opgeruimd. Maar ik had echter
gehoord dat er in de polder Fraterwaard bij Doesburg nog wèl enkele
stonden!
Om toch een idee te krijgen hoe de diverse kazematten er uit zagen, zijn we daarom
naar Doesburg gereden, en hebben daar enkele kazematten gefotografeerd. Helaas
waren er geen zogenoemde 'G' (gietstalen) kazematten bij; het staal
hiervoor is al gauw weer verzameld en omgesmolten voor andere oorlogsdoeleinden.
![]() |
Waar is kazemat G112??? |
Het verhaal eindigde voor mijn opa echter niet aan de IJssel. Toen de Duitse
troepen, na een mislukte poging bij
Bronkhorst, bij Zutphen de IJssel over waren getrokken,
moesten de mannen van 35 R.I. zich in eerste instantie, op
zaterdag 11 mei, overgeven. Dit bevel werd een uur later herroepen; men moest
toch vechten. Maar even later werd de mannen gesommeerd om zich toch over te
geven terwijl
ze nog geen Duitser hadden gezien!
Via Brummen en Zutphen zijn de mannen toen naar Vorden gemarcheerd waarna
ze zes weken in Duitsland in krijgsgevangenschap hebben doorgebracht.
Johan Hendrik Willem Eskes is op 9 januari 1967 in zijn geboorteplaats Vorden overleden.
Zie het overzicht van de IJssellinie voor meer informatie.