Slopende soldaten

Tekst: Hans Robert Holdijk (11 Pagncie); Foto's: Wim Kiele (11 Gnbat)

Explosie
Het exploderen van een van de piramides, vlak langs de winterdijk.

Het was rond 1968 in de uiterwaarden langs een dijk bij Goilberdingen, tussen Fort bij Everdingen en Culemborg. Op en aan de dijk stonden wat oude huisjes en boerderijtjes. Het weer was goed die tijd maar dat was dan ook het enige. Toen we met slopen begonnen werd er gezegd dat het niet zo moeilijk was want de bunkers waren in de oorlog door Nederlandse aannemers voor de Duitsers gebouwd. Na een dag waren we er al achter dat dat maar een verhaaltje was.

Hard beton in de juiste verhouding met wapening van 25 mm om de 10 cm in alle drie richtingen. Om de ladingen aan te brengen moesten er dus gaten geboord worden met een diepte van ongeveer twee meter en in een ruimte tussen de bewapening (van boven gezien) van 10x10 cm. Dat valt verschrikkelijk tegen; je hebt te weinig invloed op de richting waarin de boorkop gaat.

Overzicht
Een overzicht van de schuilplaatsen (twee typen) in de uiterwaard tijdens het opblazen van een piramide. Op de voorgrond hebben enkele soldaten dekking gezocht.

Eenmaal klaar met boren (meestal na een week per schuilplaats) stonden er zeker 25 - 30 boorstangen die vast zaten op de wapening. Vervolgens werd er dan gesprongen waarbij gebruik werd gemaakt van milliseconden-ontstekers.
Als je daarna de afdekking weghaalde stond de hele schuilplaats er nog en was hij enkel gekneusd. Daarna moest je met een betonbrekertje (alles op lucht) handmatig het beton weghalen. Dat lukte dan maar voor een deel want dan zat al dat ijzer weer in de weg en moest je met snijbranders en slijptollen het ijzer weghalen. Pas als dat weer weg was ging je met de betonbreker verder.
Al het afgebrande ijzer stak met zijn vlijmscherpe punten boven het beton uit en daar probeerde je dan op te lopen. Je deed ongeveer één week met je militaire kistjes en dan moest je weer nieuwe halen.

Meestal was het één week boren, één dag springen en daarna twee weken puinruimen. Het werk werd bij toerbeurt gedaan door de zes Pantsergeniecompagnien en zes compagnieën van 11 en 41 Geniebataljon. Soldaten werden in het ene geval aangewezen. In een ander geval was het vrijwillig en was er een toelage voor dienstplichtigen op de soldij van 175 gulden/week.

Drillen Drillen Wagen
Gaten boren voor de explosieven. De eerder geboorde gaten zijn met een
poetslap dicht gemaakt om te voorkomen dat er rommel in komt.
Poseren bij de compressor.
Situatie anno 2003
Er zijn in de uiterwaard nog enkele schuilplaatsen over. Op de voorgrond een Model 1918 en een Piramide uit 1939. In de achtergrond nog drie restanten. (Foto: René G.A. Ros, 2003)

Zie het overzicht van de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie Lekacces voor meer informatie.

N.B. De scrhijver van de tekst en de fotograaf waren niet tegelijk op de locatie maar zeer waarschijnlijk betreft het wel dezelfde locatie.